Zoon kruipt weg onder de deken. Hij ligt daar opgewekt een deuntje te zingen. Ineens schiet hij geschokt overeind.
Mijmerig fietstochtje met dochter. Plots duikt uit het struikgewas een man op. Rood aangelopen gezicht en een opgejaagde blik in de ogen.
Ze had veel over hem gehoord. De broer vol verhalen. Die woonde in de binnenlanden van Nieuw Guinea.
Een tijdbom in een dierbaar hoofd. Wat moeten kinderen met dat onheil? Hoe kan ik ze troosten, denk ik bezorgd. Ondertussen troosten ze mij.
‘Met Sandra Wortelbier.’ De zoetgevooisde stem slikt een snik weg.







