Gewassen en gestreken. Gevoederd en gepoetst dienen kinderen op een onwaarschijnlijk tijdstip op school te verschijnen. Ooit wilde ik ze tot zelfredzaamheid opvoeden, maar in het holst van de ochtend is dat een frustrerende utopie gebleken.
Terwijl dit het web op gaat, hang ik de mondaine dame uit op de Modebeurs in Parijs. Met een knoop in mijn buik. Dat wel.
Vakantie. De dag komt trager op gang, maar niet minder hardvochtig. Een krijsende ruzie wordt naast mijn oor uitgevochten. Direct vanuit dromenland dien ik als rechter op te treden met een rechtvaardig oordeel paraat.
Een duister klaslokaal. Gewijde stemming. Kleuters zijn vermomd als ezeltjes, herders en engelen. Hoogrode konen. Er gaat een wonder gebeuren. Dat voelen ze allemaal. De juf vertelt het verhaal en ons eigen kroost beeldt het uit. Het mijne in de glansrol van Jozef. Dromerig kauwend op zijn staf laat Broertje zich een kind bezorgen. Verderop
Even een boodschap doen. Ik probeer het geregeld, maar het kan niet. Boodschappen doen in een dorp is een leerzame les in mindfulness.
Ik was een jaar of zeventien en had het nachtleven ontdekt. In een stadje met hooguit twee cafés waar je vrijwillig naar binnen ging, lukte het me om volledige nachten door te halen.
Bestond er een kampioenschap voor, dan zou Zoon (5) de onbetwiste winnaar zijn. Met grote creativiteit voegt hij iedere avond een nieuw Liedje van Verlangen toe aan zijn toch al omvangrijke arsenaal.
Vier jaar oud en hij vroeg haar ten huwelijk. Een Irakese schone. Haar lange zwarte krullen glansden zo mooi.







