Een tijdbom in een dierbaar hoofd. Wat moeten kinderen met dat onheil? Hoe kan ik ze troosten, denk ik bezorgd. Ondertussen troosten ze mij.
‘Kijk, we hebben een worm. We gaan heel goed voor hem zorgen tot hij een vlinder wordt.’ ‘Dan kan je lang wachten.’
Bulten gaar speelgoed, op kleedjes uitgestald. Gezien de talrijke artikelen die langs de muren van ons huis in wankele stapels staan opgesteld, zou het beter zijn als we tot de verkopende partij behoorden.
‘Ik heb een nieuwe BH.’ De kinderen zijn nog op een leeftijd waarop ze werkelijk belang hechten aan een dergelijke mededeling van hun moeder.
Zoon danst. Altijd al, maar nu ook op georganiseerde wijze in een daartoe bestemd gebouw.









