Zwendel

‘Is het nu vandaag?’ Ze huppelt voor me uit de tuin in. Haar heldere stemmetje klinkt oprecht geïnteresseerd.
‘Jawel. Als je het vraagt is het altijd vandaag, eigenlijk.’
‘Hoe kan dat nou?’ Haar donkere ogen kijken me verbaasd aan. ‘Wanneer ga ik dan naar mijn schooltje?’
‘Morgen.’
‘Dat is niet vandaag.’
‘Nee, dat is morgen.’
‘Wanneer gaan we naar de winkel van sinkel?’
‘Vanmiddag.’
‘Is het nu al vanmiddag?’
‘Nog niet.’
‘Oh nee, nu is het nog vandaag.’

De poes loopt langs en geeft haar een kopje. Zo hard dat ze bijna haar evenwicht verliest.
‘Haha, Coco vindt mij zóó lief.’ Ze rent achter hem aan en ziet dat hij ook de tafelpoot een kopje geeft. ‘Hee, de tafel vindt hij net zo lief!’

De volgende ochtend komt ze slaperig uit bed. Haar blonde krullen staan alle kanten op.
‘Is het nu morgen?’
‘Nee, het is vandaag.’
‘Maar ik ging toch naar school?’
‘Ja, daar fietsen we zo naartoe.’

Verbouwereerd staat ze daar in haar roze pyjamaatje. Ze loenst een beetje.
Ik zie dat ik alweer een klein beetje van mijn geloofwaardigheid kwijt ben.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *