Wroeging

Zoon kruipt weg onder de deken. Hij ligt daar opgewekt een deuntje te zingen.
Ineens schiet hij geschokt overeind.
‘Waar zijn grote aap en apie eigenlijk?’
‘Eh, oh daar, op de stoel.’
Ik geef ze aan hem en hij drukt ze heel dicht tegen zich aan.

‘Ik heb al een week niet met ze geknuffeld.’ Zijn stem is schor van wroeging. ‘Hoe kan dat nou? Soms vergeet ik ze gewoon.’
‘Ach, dat begrijpen ze wel. Zo werkt dat, als je groter wordt. Knuffels kunnen daar wel mee omgaan.’
‘Ja, is dat omdat ik negen ben?’

Ik kus hem en de Apies.
‘Ze zijn al lang blij dat ze nu weer bij je liggen.’
Hij kijkt witjes en bedrukt.
‘Dit vind ik helemaal niet leuk aan groter worden.’
Zijn ooghoek wordt vochtig en ik zie hoe al zijn schuldgevoelens zich samenballen in één enkele traan. De traan biggelt over zijn wang en rolt op het kussen.

‘Wat knap dat je een echte traan kunt produceren.
Ik denk wel dat minstens één Apie dat gezien heeft.’
‘Gelukkig,’ zegt hij tevreden, ‘dan weet hij in ieder geval, dat het voor mij ook niet makkelijk is.’

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *