Warwegen

Vol goede moed op pad, op reis.
Het stadshart lonkt.
De motor ronkt.
Mijn nageslacht
wil onderwijs genieten.
Linksom rechtsom rechtdoorzee.
We kunnen er niet komen, nee.
Zutphen heeft haar poorten dicht,
haar wallen hoog,
haar armen toe,
haar ingewanden
open, bloot
in kwetsbaar ongenoegen.

Een wals gaat schuil in zwarte wolk,
probeert ons te bedwelmen.
Manvolk peutert in de weg
onder neon gele helmen
Een waas van asem op de ruit
omgeeft het tafereel
met een zweem van romantiek.
Werklust hier in overvloed
bij roze dageraad.
Verzacht woede en paniek.
Ze menen het niet kwaad.

Ik ken de wegen,
kruip door sluip,
stuit steeds op open wonden.
Slechts met wiskundig intellect
een opening gevonden.
Het doolhof dat zich Zutphen noemt
verlegt terloops haar gangen.
Is het een virus? Graafmanie?
Onstuitbaar groot verlangen
om alles wat in orde was
met kracht omver te halen.
Om bomen, heggen, stenen, gras
tot kruimels te vermalen.

Ik stuur vergeefs
langs Zutphens dreven.
Vergruisd.
Verguisd.
Warrige wegen
verworden tot knoop.
Zoekend naar een sprankje hoop,
voor ik mij wenend
op het stuurwiel werp,
raad ik wat het doel kan zijn.
Het houdt de burger scherp.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *