Te koop De bakens van mijn jeugd Tuin met gele paardenbloem Waar broer van zei Als jij die eet, zal je onbedaarlijk lachen Mijn ongeloof was groot, maar toch Nog kauwend op het gele blad Kwam het besef Hij kletst maar wat Het witte bitter van de steel We lachten, onbedaarlijk veel Dagen, lang vervlogen

De eeuw was bijna volgeleefd, maar zij was afgeleefd, uitgeleefd. Haar zoon beloofde een grote slagroomtaart voor haar 92ste verjaardag. Ze wilde juist een deuntje huilen, maar na twee jaar louter babyhapjes, maakte dat een lachje los.