Surrealisme in luiers

‘Ik wil dat ook’.
‘Wil je ook een boterham met salami?’
‘Nee, met worst.’
‘Ja, dit dus.’
Dochter neemt de boterham in ontvangst en raakt ontstemd.
‘Ik wil een boterham met pindakaas, hoor.’

Rood
‘Neem even een slok thee.’
‘Is deze beker blauw?’
‘Nee, hij is rood.’
‘Niet, blauw. Blauw is mijn lievelingskleur.’
‘Wat jij wilt. Als je maar even iets drinkt en je boterham met salami eet.’
‘Nietes, worst.’

Blauw
Dochter klimt op schoot. Haar donkere ogen krijgen de diepe glans,
waar ik niet tegen bestand ben.
‘Ik wil knuffelen met een speen,’ fluistert ze. Haar handjes kroelen in mijn haar.
‘De speen is voor in bed,’ probeer ik nog. Zolang ik haar aan de praat houd,
kan de plastic stop nog even buiten beeld blijven, misschien.

Meisje
‘Wat een lekker meisje ben jij.’ Ik klem haar heel dicht tegen me aan.
‘Ik ben geen meisje.’
‘Ben je dan mijn lieve dochter?’
‘Ik ben geen dochter! Ik ben groot.’
‘Ja, enorm. Ben ik wel je moeder?’
‘Nee, Merel ben jij.’
‘Neem nog maar een slok uit je rode beker.’
‘Blauw, is die.’

Twee
Ben ik wie ik denk te zijn? Ben jij wel echt?
Ze zaait twijfel over de meest triviale zaken. Surrealisme ten top.
Niets is wat het lijkt. Niets lijkt wat het is.

‘Ja, ja. En jij bent heel erg twee.’
‘Nietes. Ik ben Lola.’

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *