Stille strijd

Iedere week opnieuw groeit het door tot een onoverkomelijke berg. Stiekem ben ik trots dat het allemaal al een paar keer door mijn handen ging en schoon werd, maar bij die laatste handeling blijft het immer steken.

Tactiek
Nu is het zaak om de juiste tactiek toe te passen. Quasi nonchalant stort ik de berg op het echtelijk bed en verschans mij s’avonds zo lang mogelijk op de badkamer. Als hij onder de wol wil, moet hij zich eerst door de bult heen werken, is het idee. Helaas staat er een stoel op de slaapkamer, waar best veel op past. Zo verplaatst de griezelig aanzwellende berg zich een aantal avonden achtereen van het bed naar de stoel, van de stoel naar het bed en weer terug naar de stoel.

Kleedje
Tegen de tijd dat die verplaatsing niet meer in twee, drie bewegingen tot stand komt en losse sokjes hinderlijk door de kamer gaan zwerven, blijkt het kleedje voor het bed ook een prima plaats. Inmiddels begint eenieders reservoir aan onderbroeken op te raken en zijn we genoodzaakt om in het nog schemerige spitsuur van de vroege ochtend, op de kop in de berg te gaan liggen teneinde de billen van alle afzonderlijke gezinsleden fatsoenlijk te kunnen bedekken.

Rekken
Het net zo lang rekken tot hij zich aan het vouwen gaat wijden, brengt een klein risico met zich mee. Zo vond ik na maanden een geliefd T-shirt terug tussen de rompers van Dochter, probeer ik soms net iets te lang mijn voet in een sok te wurmen, die bij nader inzien nooit voor mij bedoeld was, en klinkt uit Zoon’s kamer een luid ‘Nouhou’ omdat hij op een kanten onderbroekje stuit in zijn kast. En van het memoryspelletje van alle 183 sokken zonder vriendje, daalt het moreel doorgaans tot onder het vriespunt.

Plots begrijp ik wat er zo paradijselijk was aan het Hof van Eden. Toen men nog nakend ende bloot was, was er geen was. Wat een weelde.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *