Stadsdichterskandidaat

Het zijn grote gevoelens die tot dichten noden.
Verlangen, verlies, vertwijfeling,
ontketent Zutphen dat in mij?
Het stiefkind, dat wij gnuivend doorkruisten,
minachtend een dorp genoemd,
te klein voor toekomstdromen.

Waar een wereldstad glans verleent
aan ieder die zich daar verschanst
Al hangt men in de grote stad, voortdurend op de bank.
Al is het leven ledig, of enkel virtueel,
de stad verleent het alibi, slaat haar armen om je heen.
Het bruisend leven voor je deur, dat geldt voor iedereen.

Zutphen vormt geen alibi.
Zij moet verdedigd, bevochten.
Wij willoze bewoners, bang voor het echte leven,
niet verder dan een enkele mijl bij de moederschoot vandaan.
Groei jij niet op? Sla jij geen vleugels uit?
Hoor jij tussen kolossale achterwerken, strompelend over de markt?

Strijden schept een band, zo blijkt.
Wat zou ik verder vliegen?
Keek jij ooit omhoog? Waar gevels flonkeren in de zon?
De fiets rammelend over de keien.
Wirwar van troostend rode daken.
Bloeiende lindes langs de Berkel.

Mijn vader liet mij drie woorden na
vlak voor ze hem werden ontnomen.
‘Alles is hier’
Theoloog, kort voor het hemels gerecht.
Geen bespiegeling over Godsbesef
Geen hoop. Geen vrees.
Nee.
‘Alles is hier.’

Wat zou men verder zoeken?
Alles. Is. Hier.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *