Mijlpaal

Een pluizig staartje op het hoofd. In de hand een tasje. Daar gaat ze. Naar haar eigen schooltje. Twee jaar oud en reeds koket. Erg verheugd en toch zo spannend. Zou ze het pikken dat ik zonder haar vertrek?

We hebben er lang en breed over gesproken. Het sprak haar allemaal enorm aan. Op één ding na dan. ‘Jij blijft daar en ik ga weg. Dan zwaaien we naar elkaar.’ Iedere keer als het woord ‘zwaaien’ viel, huilde ze op haar hardst.

s’ Morgens vroeg
Ze staat al een half uur klaar in de gang. Is zo gemotiveerd dat ze besluit om zelf haar veters te strikken. Toch wel een frustrerende onderneming. De fietstocht erheen is een feestje. Luid zingen in de wind. De peuterspeelzaal blijkt een paradijs. Schilderen, knutselen, plakken. Alle zaken die thuis zo ingewikkeld zijn. Een spoor van lijm door de keuken en plakkaatverf op de poes zijn mij niet altijd welkom. Hier mag het naar hartelust.
De juffen hebben ook haar broers opgeleid. Sloten hen al in hun hart. Een gebaande weg. Een gespreid bedje. Alles wat zij hoeft te doen is naar binnen stappen en even met haar blonde krullen wapperen. Dat kan ze wel.

Huilen
Een jongetje met een groot hoofd pakt haar bij de hand. Ontfermt zich over haar. Kleine stoeltjes in een kring. Ze zingen over een koe die loeit. Overal liggen kastanjes en bladeren. De herfst is hier flink naar binnen gewaaid. Voorzichtig gooi ik een balletje op over mijn naderend vertrek. Niet huilen nu. Dan doe ik mee.
Ze loopt monter naar de deur. Geeft een ferme knuffel en maakt me duidelijk dat ik af kan taaien. Verbaasd probeer ik haar nog een kusje te geven. Ze is bereid het in ontvangst te nemen, maar dan moet ik echt gaan. Ik zwaai en ga.

Dag meisje
Pakjes met voeten. Flesjes met pap. Potjes met hapjes. Slaapjes in zakken. Adieu.
Zelfs je speen zit ongebruikt in je tasje.
‘Ik ben GROOT,’ zeg je geregeld. Je broers gnuiven dan een beetje. Toch kunnen we er niet omheen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *