Logees

Twee heel kleine meisjes kwamen logeren. Logeren bij ons in het bos. Rossige haartjes en een brede lach. Met haar 6 maanden rolt de jongste de hele keuken door. Steeds weer onder het fornuis. Haar zusje van anderhalf  hobbelt door de tuin. Op die paar kleine schoudertjes rust een drama zo groot. Te triest voor woorden. Maar zij zijn de vrolijkheid zelve.

Dochter moet even wennen aan de indringers. Klimt op schoot en knuffelt mij plat. Ons logeetje staat erbij en kijkt ernaar. Ik schaam me voor zoveel opzichtig vertoon van moeder-dochter liefde.  Uiteindelijk kan ik me van haar los weken, en blijkt samen spelen ook leuk te zijn.

Voetballen wordt  hun favoriete tijdverdrijf. En met auto’s rijden.
S’avonds is het lopende band werk. Flesjes, verhaaltjes, luiers, knuffels. Als ik er vier naar bed heb gebracht, komt de vijfde er alweer uit. Maar ik weet waarvoor ik het doe. Zeker als op dag twee ook ons logeetje zich in mijn armen werpt.

Stiekem schuiven ze een stoel naar het aanrecht. Daar stond eerst nog chocoladetaart, maar al snel niet meer.

Ze rennen achter elkaar aan. Precies op de plek waar ik met hun moeder mijmerde over kinderen, misschien, ooit…
Tijdens het eten roept ze ‘Mama!’ Het snijdt door de ziel. Even is het ijzig stil.
‘Die is er niet meer,’ zegt zoon dan nuchter. Bikkelhard.

Toch voelt het alsof ze er wel bij is. Wind in de bomen. De zon op onze huid. Chocoladetaart. De lichtvoetigheid van haar dochters.

Haar dromen dartelen hier door het gras.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *