Huilen in de Hemel

Terwijl dit het web op gaat, hang ik de mondaine dame uit op de Modebeurs in Parijs. Met een knoop in mijn buik. Dat wel. Precies een jaar geleden kreeg ik op dezelfde plek dat fatale telefoontje. Ik geloofde niets van wat me werd verteld. Onmogelijk.

Halsoverkop
Zo’n eerste week is niet makkelijk. Geknoei met borstvoeding. Hormonen. Doorwaakte nachten. Ik dacht het wel te begrijpen. Maar dat het haar laatste week zou zijn, kon niemand bevroeden.
Halsoverkop sprong ik in de trein. Ik moest naar haar toe, ook al scheen ze er niet meer te zijn. Drie uur lang doopte ik de TGV in tranen. Zakenmannen keken me bevreemd aan. We naderden Antwerpen. De mooie stad waar onze vriendschap begon. De plek waar we het studeren zoveel mogelijk afwisselden met chocolade-ijs en Vlaamse wafels. Zouden de rode daken troostend zijn?

Tunnel
Vlak voor de stad doken we een donkere tunnel in. De trein ging tergend langzaam. Het inktzwart van de tunnel greep me stevig bij de keel. Mijn hart bonkte. Hoe zwart moest het voor haar nu zijn? Daglicht aan het eind van de tunnel moest een eind maken aan deze nachtmerrie.
De trein talmde. Het duurde een eeuwigheid. Toen we er uit kwamen, was de avond gevallen. Gitzwarte nacht. Antwerpen lag achter ons. Verleden tijd.

Ontreddering
De roze slinger hing nog voor het raam. Hoera een meisje!
Een klein, mooi meisje, slapend in een mandje. Er omheen een storm van ontreddering. Een krater van gemis. Op tafel haar uitpuilende handtas. Chaotische levenslust. In sfeer aanwezig, maar zelf heel erg weg.

‘Kan je huilen in de hemel?’ vroeg Zoon (4 destijds).
Hemel. Hossende gezelligheid op een wolk. Een abstract concept, maar troostend voor de tere kinderziel. Atheïsme is zo’n schraal verhaal. Maar passen tranen in die hemelse gelukstoestand?
‘Ik hoop het,’ vervolgde hij, ‘want ik denk wel dat ze nu huilen moet.’

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *