Geloof

Ik was een jaar of zeventien en had het nachtleven ontdekt. In een stadje met hooguit twee cafés waar je vrijwillig naar binnen ging, lukte het me om volledige nachten door te halen. Altijd was er wel een vage afterparty. Dat woord klonk zo spannend. In praktijk kwam het erop neer dat ik ergens in een doorzonwoning op een lederen bankstel terecht kwam, met mensen die ik enkel van gezicht kende. Gezichten grauw van vermoeidheid. Gesprekstof volledig opgedroogd. Naast mij een heerschap die me hoegenaamd niet interesseerde.
De volgende dag was bij voorbaat afgeschreven. Die bracht ik grotendeels door in bed.

Verassing
Op een ochtend, nee het zal al middag zijn geweest, schrok ik wakker. Er werd keihard op de deur gebonsd. Hij zwaaide open en pepernoten kletterden door mijn slaapkamer. Twee Zwarte Pieten buitelden naar binnen. Ik wreef de slaap uit mijn ogen. De nacht bonkte nog in mijn hersenpan.

Streng
Achter de pieten schreed waardig; Sint Nicolaas.
‘Dag meisje!’ Zijn diepe stem donderde door de kamer. Met zijn staf bonkte hij een keer op de grond. ‘Weet jij wel hoe laat het is? Wat doe jij daar nog onder de dekens?’
‘Ja, Sinterklaas. Nee, Sinterklaas. Ik weet het niet, Sinterklaas’, stamelde ik bedremmeld. De pieten lachten en gooiden nog wat pepernoten in mijn bed.
‘Ga jij maar eens gauw naar beneden. Je moeder helpen met de afwas.’ En daar ging hij weer. Zijn schoenen kwamen me bekend voor. De hoge mijter paste maar net onder de deurpost door. Zijn neus had een beetje op die van mijn vader geleken, maar deze man was beduidend strenger.
Sindsdien geloof ik weer. In Sinterklaas, welteverstaan.

Intocht
Dit jaar bij de intocht trok ik mijn zoon mee. Misschien konden we nog dichter bij de Goedheiligman komen. Hem een hand geven? Zijn toespraak horen?
Zoon had het wel gezien. Hij trok mij de andere kant uit. Zijn vriendjes gingen warme chocolademelk drinken en dat was waar hij naartoe wilde. Naar het café.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *