Feestvreugde

Zoon is verbolgen. De hele week is hij braaf naar school geweest. De duisternis is ingevallen. De dag is ten einde en wat schetst zijn verbazing? Hij moet er verdorie wèèr heen.
Werkelijk iedere gelegenheid wordt aangegrepen voor een sfeervol feest. Vlijtige moeders bakten brood, kookten soep, ontstaken de vuurkorven.

Lantaren
De dag tevoren boog ik mij met Broertje al over een pompoen. De groente moest een lantaren worden. Uitgehold met een mesje. Vormen gutsen met de scherpe punt. Zijn handen jeukten om de klus zelf te klaren, maar ik had geen zin om een vijfjarige een mes in handen te geven. Als alternatief mocht hij de figuren verzinnen. Een maan en sterren, of zo.
‘Sint Maarten op zijn paard,’ klonk de opdracht. Ga er maar aan staan. Aangezien ik er in slaagde om een soort koe te maken met een wormstekig mannetje erop, waren we beiden trots en hadden zin in de festiviteiten.
Zoon nog altijd niet.
‘Waarom moet ik precies in de nacht naar school?’
‘Dat hoort bij Sint Maarten.’
‘Waarom?’
Ik graaf in mijn geheugen en duikel informatie op over lichtjes in de duisternis, troost in moeilijke tijden. Als het avondlijk avontuur hem zwaar valt, biedt het lantarentje warmte en soelaas. Zo ondervindt hij aan den lijve de kern van het feest… Het verhaal wordt allengs wolliger.

Tradities
Zoon is niet onder de indruk. Het moet over een andere boeg.
‘Ieder feest heeft zo zijn tradities. Zoals cadeautjes bij Sinterklaas horen.’
‘Ja, maar dat is leuk.’
‘Denk je dat Sinterklaas het leuk vindt om in de nacht het dak op te moeten? En het paard? Misschien roepen die ook:
‘Nouhou. Ik wil gewoon naar bed!’’

Eindelijk. Hij grijnst. Het feest kan beginnen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *