Droombeeld

Bolle wind en aanlokkelijk hoge golven. Kinderwagen, ploegend door het rulle zand. De rest brullend aan de hand. De elementen zijn genadeloos, maar meer buiten dan dit, kan je eigenlijk niet zijn. Even spelen we met de gedachte om een duik te nemen. Met zijn tweeën hadden we dat gedaan. Joelend in onderbroek de golven in. Tintelend en zanderig weer in de kleren. Maar ons kroost compliceert de zaak een beetje.

Jarig…
‘Vind je dat ik oud word?’ zou je vragen. ‘Zesendertig, dan ben je toch echt niet jong meer te noemen?’ Ik kijk naar de sproeten op je gezicht. Zomersproeten in de winter. Zonniger en meisjesachtiger kan niet. De wind speelt met je blonde krullen. In een opwelling was je naar een schoonheidsspecialiste geweest, die je wenkbrauwen beet nam.
‘Kijk, ik heb pornowenkbrauwen!’ riep je enthousiast, toen we uit de trein stapten en ik je na lange tijd weer in de armen sloot. ‘Staat het raar?’ was de eerstvolgende vraag.

Piepjong
De bevestiging waar je geregeld om vraagt, geef ik graag. Ik houd van de opmerkelijke combinatie van zelfspot, daadkracht en onzekerheid die jij in jezelf verenigt. De vrolijke baldadigheid waarmee je door het leven huppelt, werkt aanstekelijk.
‘Je bent prachtig en zesendertig is piepjong. Kom, we gaan poffertjes eten,’ zeg ik ongelogen.
Zand stuift. Ogen tranen. Jouw meisjes zijn duidelijk meer zee gewend, dan mijn kinders.
Poffertjes. Dat is het beste.

Is het wel zand, wat de ogen doet tranen? Of is het de onmogelijkheid van een dag als deze? Jarig had je moeten wezen. Kreeg je maar de rimpels, die je vreesde. Lekker veel. Werd je maar 36, 48, 83…

Een windvlaag nam zomaar alles mee.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *