Broers

Een duister klaslokaal. Gewijde stemming. Kleuters zijn vermomd als ezeltjes, herders en engelen. Hoogrode konen. Er gaat een wonder gebeuren. Dat voelen ze allemaal. De juf vertelt het verhaal en ons eigen kroost beeldt het uit. Het mijne in de glansrol van Jozef. Dromerig kauwend op zijn staf laat Broertje zich een kind bezorgen. Verderop hijst een engel omstandig haar maillot op. Een osje zoekt brullend de moederschoot. Ouders zien het aan met een mengeling van trots en ontroering. Als ze heel voorzichtig zingen, komt een brok klem te zitten in mijn keel.

Verstild keren we huiswaarts.
‘Is Jezus echt nu geboren?’ vraagt Zoon in de auto aan mij.
‘Dat denken ze, ja.’
‘Waar woont’ ie dan?’ valt Broertje bij.
‘Nou, Hij leeft niet meer hoor.’ Mijn antwoord schokt hem danig.
‘Huh. Christus was toch net geboren? Wat vieren we dan, als hij al dood is?’ Broertje is even de draad kwijt.

‘Het is Jezus, hoor.’ Verbetert Zoon hem.
‘Nietes. Christus is geboren. Zo gaat dat liedje.’
‘Het is Jezus.’ Houdt Zoon vol.
‘Niet! Christus!’
‘Jezus.’
‘Christus!’
‘Stommie.’
‘Ik praat nooit meer met jou!’ Kermt Broertje.
‘Lukt je lekker toch niet.’ Hoont Zoon.
‘Welles.’
‘Nietes.’
‘Welles.’
‘Zie. Je praat alweer met mij.’
Dat was de druppel. Broertje slaat erop. Buiten flonkert kerstverlichting.
De hompige kandelaar die ze zelf maakten rolt op de grond. Zoon mept terug.
Dochter huilt solidair een deuntje mee. Op de autoradio kweelt Mariah Carey.

Zalig kerstfeest. Vrede op aarde.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *