Beestjes

Het is gebeurd. We zijn nu officieel een grote ranzige familie. Zoon krabt zich achter zijn oor (dat kan nog zomaar gebeuren), maar daarna ook heel uitbundig op het hoofd.
Ik wist nooit precies hoe ze eruit zagen. Had me al wel eens heel druk gemaakt over iets wat bij nader inzien een aantal zandkorrels waren. Maar deze zandkorrels hebben toch echt pootjes en misschien zelfs iets wat op vleugeltjes lijkt?

Zoon bekijkt de dingen vaak van een onverwachte, wellicht merkwaardige, kant. Hij is blij dat hij nieuwe huisdieren heeft. Is met zijn broertje aan het nadenken over namen die ze moeten krijgen. Liesje de luis? Lotje, Willem en Bastiaan Beestje? Zijn broertje begint al een beetje jaloers te worden dat hij ze niet heeft.

Misschien heeft het iets te maken met de insectenboerderij waar we deze vakantie waren. De man die dit oprichtte hield een vurig pleidooi.
‘Waarom vinden we konijntjes lief en kakkerlakken niet?’ Om zijn woorden kracht bij te zetten kuste hij een leguaan en likte aan een kakkerlak.
‘Nu is de kakkerlak pas vies. En wel van mijn tong. Die is namelijk veel viezer dan zijn schild.’ Een ware dierenliefhebber mocht wat hem betreft geen onderscheid maken tussen een klein poesje en een harige spin.

Zoonlief toont zich een ware dierenliefhebber, maar begint zich desondanks wel te ergeren aan de jeuk.
‘Ze moeten verhuizen, mama. Misschien kan ik een potje met haar voor ze inrichten.’
Ik koop gemene shampoo en een kam en neem ze grondig te grazen. De mededeling dat ze daar dood van gaan laat ik maar achterwege, want het is wel zo fijn als hij zijn medewerking verleent.
Het kan psychisch zijn, maar zelf heb ik ook enorme jeuk gekregen en wurm die kam met geweld door mijn lange haar. Zoon snapt dat wel.
‘Natuurlijk zitten ze bij jou. Daar hebben ze een lekker groot huis.’

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *