Afscheid

De eeuw was bijna volgeleefd, maar zij was afgeleefd, uitgeleefd. Haar zoon beloofde een grote slagroomtaart voor haar 92ste verjaardag. Ze wilde juist een deuntje huilen, maar na twee jaar louter babyhapjes, maakte dat een lachje los.

Getroost sloot ze later die dag de ogen (slagroomtaart maakt veel goed) en ze verliet deze wereld. Bijna de laatste van een hele generatie. Een generatie die oorlogen meemaakte, de eerste auto zag rijden, genoot van het eerste tv-toestel. Een leven dat begon in een totaal andere wereld. En eindigde in deze, die overigens steeds waziger werd.
De generaties na haar zijn onder de indruk. Haar achterkleinkinderen willen het naadje van de kous weten. Waarom ging ze dood? Waar is ze nu naartoe? Waarom gaan we afscheid van haar nemen. Ze is er toch niet meer? Waarom neem je bloemen mee. Die kan je toch niet meer aan haar geven?

Er zat veel tijd in om als uitgestreken familie ten tonele te verschijnen, maar dat wordt snel teniet gedaan. Na lang stilzitten, rollen ze opgewonden uit de auto. Het crematorium heeft heerlijk zachte vloerbedekking, die noodt tot languit liggen, omrollen en luid joelen. Ik doe mijn best om de voeten weer onder te krijgen, maar als broer het doet, wil zus het ook. En andersom.
Er staan twee lange banken met de rugleuning tegen elkaar. Ertussen een smalle opening. Zusje blijkt erin te passen. Broertje nog net. Zoon zit klem. Ik bezie het van een afstandje en vraag me af waarom het niet lukt om ze goed te drillen. Opvoeden dus eigenlijk.

‘Ik wil de familie uitnodigen om in gepaste stilte de zaal te betreden,’ de doodgraver tracht plechtig te spreken, maar zijn Drents accent gooit roet in het eten.
Zou dat stelletje malloten van ons dat lukken? Ach, misschien geeft het niet. Zo’n mooi lang leven mag roerig herdacht worden, met alle generaties die het voortgebracht heeft.
Nadien zei de oudste: ‘Het was bijna een feestje. Een droef feestje.’

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *